Alles over Sliedrecht...
Afbeelding bij nieuwsitem 'Herdenking ontroert me nog meer dan vroeger'
04mei 2014

Herdenking ontroert me nog meer dan vroeger

SLIEDRECHT – De 87-jarige Mieke Kuipers – Budding zat vanavond voor de televisie om de Nationale Dodenherdenking op de Dam te bekijken. Ze ging niet naar de herdenkingsplechtigheid in haar woonplaats omdat ze daar weinig gevoel bij zegt te hebben. ,,Waarom kan ik eigenlijk niet goed uitleggen. Het is prima georganiseerd en ik vind het een goede zaak dat schoolkinderen bij de plechtigheid worden betrokken, maar de herdenking die vroeger op de begraafplaats plaatsvond sprak me meer aan.” Het ontroert haar. ,,Nog meer dan vroeger. Op 23 april was ik bij de jaarlijkse herdenking van de Biesboschcrossers op het Albrechtplein. Daar kan ik niet meer met droge ogen naar kijken. Misschien komt het wel omdat ik hier indirect bij betrokken ben geweest en het na de oorlog warm heb gehouden door er als lerares over te vertellen.” Daarover gaat dit verhaal.

Door Erik de Bruin

Mevrouw Kuipers biecht het maar meteen op. ,,Ik had heel graag willen crossen. Zeventien was ik. Een stoere, sterke meid. Jongensachtig. We roeiden en kanoden de rivier over om op de zandplaten te spelen. De Biesbosch kenden we zodoende wel een beetje, maar natuurlijk lang niet zo goed als de crossers die in het donker bij laag tij mensen, informatie en medicijnen overbrachten naar het al bevrijde Brabant. Zij kenden het gebied op hun duimpje en wisten wanneer de waterstand veranderde en de sluizen open waren.”

‘Alsmaar thuis’

Ze had wel contact met de mannen die met gevaar voor eigen leven dit dappere verzetswerk verrichtten. ,,Ik zat alsmaar thuis en dat zinde me niet. ‘Ik wil iets doen voor mijn land’, zei ik constant tegen mijn vader. Hij had contacten met het verzet en regelde dat ik koerier werd. Vanaf het najaar van 1944, toen na de verloren Slag om Arnhem in Nederland het ergste deel van de oorlog aanbrak, fietste ik dagelijks heen en weer tussen Sliedrecht en Gorinchem. Onder mijn kleren, op de borst gedrukt, en in mijn tas met schoolboeken zat post verstopt. Wat er in de brieven stond, wist je niet. Het was informatie voor de ondergrondse. Ik bracht het op een fiets met harde banden bij een postbode in Gorcum en kreeg van hem ook post. Dat duurde trouwens maar een paar maanden. Hij werd op een gegeven moment opgepakt en naar Duitsland gebracht. Na de oorlog hoorde ik dat hij het gelukkig wel had overleefd.”

Over de dijk

Terug in Sliedrecht fietste ze ‘s middags vaak nog door naar een dominee in Rotterdam-Zuid die de ondergrondse van dienst was. ,,Meestal maakte ik een omweg via de dijk. Alleen als het bewolkt was durfde ik het aan langs de grote weg te fietsen. Dat was weliswaar een stuk korter, maar ook veel gevaarlijker. Hoewel de geallieerden bij Arnhem in de pan waren gehakt, wisten we dat ze niet op zouden geven. De bevrijding (jammer genoeg heeft het nog een hongerwinter geduurd) hing nog altijd in de lucht. Letterlijk. Bij helder weer vlogen Engelse militaire vliegtuigen over. De bezetters waren daar doodsbenauwd voor en hadden putten langs de weg gegraven. Voor ons was het natuurlijk ook gevaarlijk als je op het verkeerde moment op de verkeerde plek was. Daarom ging ik veiligheidshalve maar over de dijk of nam ik de veerpont bij Kinderdijk.”

Nijpende situatie

Eén keer maakte ze een taxatiefout. ,,Het was bewolkt. ‘Veilige weersomstandigheden om een keer de korte route te nemen’, dacht ik, maar dat pakte verkeerd uit. Het wolkendek brak open en de Engelse gevechtspiloten zagen hun kans schoon. Ik raakte in paniek en sprong  in een put, die vol zat met Duitse soldaten.” De 17-jarige student hoefde zich niet te verantwoorden en kwam er ondanks de nijpende situatie waarin ze zich bevond zonder kleerscheuren van af. ,,Of ik vaker oog in oog heb gestaan met Duitse militairen? Ja, één keer. Ik werd staande gehouden bij de Alblasserdamse brug. Van het verzet had ik net een fiets gekregen met echte banden. Ik was bang dat ze die zouden inpikken en natuurlijk dat ze erachter zouden komen dat ik post voor het vaderlandse verzet vervoerde. Hoewel ik mijn boeken en schriften moest laten zien, hebben ze de brieven die erin waren gerold, niet opgemerkt. Ik mocht gewoon doorfietsen. Overigens heb ik toen toch maar een woordje Duits gesproken. Daarvoor deed je altijd alsof je er niets van begreep. Ik niet alleen trouwens.”

Juffrouw Budding

De schoolboeken- en schriften waren echt. Mieke Budding zat op de kweekschool in Rotterdam. Ze wilde onderwijzeres worden en slaagde daar ook in, al is ze niet heel lang als juffrouw Budding door het leven gegaan. Een verhuizing naar Brabant in 1953 (‘we woonden eerst in Breda en later in het dorp Berkel-Enschot bij Tilburg’) en het gezinsleven dat ze met haar man aan het opbouwen was (‘we kregen twee kinderen; tussen beide geboortes zat zeven jaar’), zorgden ervoor dat ze langere tijd niet voor de klas stond. Bij terugkeer in Sliedrecht – waar ook haar wieg had gestaan, waar ze was opgegroeid en waar ze op de net genoemde Brabantse jaren na altijd heeft gewoond – pakte ze haar professie weer op. Ze was invalkracht op diverse openbare basisscholen. ,,Ik gaf les in lezen en geschiedenis. Rond de herdenking van de Tweede Wereldoorlog gaf ik daar een eigen draai aan. Ik vertelde dan over de Biesboschcrossers.”

Steevast vertelde ze ook over een boekje dat haar zwager Piet Kuipers had geschreven. ,,Hij is in ’44 gecrosst. Samen met Leo, een andere broer van mijn man, heeft hij de oversteek gemaakt. Dat wil zeggen: crossers hebben hen in een bootje naar bevrijd gebied gebracht.”

‘Altijd bewonderd’

,,Leo heeft beschreven hoe de gevaarlijke oversteek verliep (de Duitsers hielden het gebied rondom en bij de sluizen in de gaten) en Piet heeft daar een boekje van gemaakt. Het hele verhaal is in de krant verschenen, maar later heeft hij er niets meer mee gedaan. Mijn kinderen weten er meer van af dan Piet. Misschien komt dat wel omdat ik zelf zo graag crosser had willen zijn. Wat die mannen deden voor volk en vaderland, heb ik altijd bewonderd. Tot op de dag van vandaag. Ik vind het fantastisch dat er dankzij de herdenking en adoptie van het Crossline-monument blijvend aandacht voor is. Zelf praat ik er ook nog graag over. Ik ben de enige die dat nog kan. Van alle crossers en koeriers die uit Sliedrecht kwamen, is niemand meer in leven.”

Een paar jaar geleden maakte ze een vaartocht door de Biesbosch. Ze herkende het niet meer. ,,Van de wildernis is niets meer over. Alleen maar vlakke stukken land. Nergens slootjes meer die halverwege eindigen. De meeste passagiers vonden het prachtig, ik vond er geen klap aan. Hier cross je zo doorheen, dat was vroeger wel anders. De crossers kenden alle doorgaande vaarwegen en wisten hoe je geruisloos een sluis kon passeren. Soms door met de kano of roeiboot over een stuk land te gaan. Altijd in de wetenschap dat je op je hoede moest zijn. Dat de bezetter het gebied nauwlettend in de gaten hield.”

Zenuwziekte

Dat ze al een zeer respectabele leeftijd heeft bereikt, had mevrouw Kuipers pakweg dertig jaar geleden niet durven hopen. ,,Er werd een ernstige ziekte in het zenuwstelsel ontdekt. Ik kon mijn werk als lerares niet meer uitoefenen en ook het verenigingsleven was van de één op de andere dag ten einde. Overal moest ik uit. ‘Pluk de dag’, adviseerden de artsen. Mijn man en ik trokken rond. Ik probeerde een zorgeloos leven te leiden. Dat heeft geholpen. Ik leerde ermee leven, al probeer ik nog steeds stressvolle situaties te vermijden. Ik ben nooit ergens meer in gaan zitten.”

Hongerwinter

Stressvolle situaties waren er in de oorlog volop. Alsmede ziekte. Ernstige vermagering, armoede … het stak de kop op in de beruchte hongerwinter van 1945. ,,Het westelijk deel van Nederland heeft ontzettend geleden. Gelukkig was er in Sliedrecht dankzij het agrarisch achterland wel voldoende te eten.” Onvoldoende echter om op krachten te blijven. ,,Omdat het eten niet voedzaam was, werd je slapper. Ik werd eind januari ziek en kon daardoor geen koerierswerk meer doen.”



Deel dit bericht met je vrienden!