Alles over Sliedrecht...
Afbeelding bij nieuwsitem ''
17mrt 2015

SLIEDRECHT - Op haar achttiende begon Conny de Groot de stamboom van haar oma uit te pluizen. Daarmee legde ze de basis voor wat ze zelf omschrijft als een fascinerende, verslavende hobby. ,,Je bent er jaren mee bezig en als je klaar bent dan staan er in de stamboom wel weer andere achternamen die ook nieuwsgierigheid opwekken. De puzzel is nooit af.” Ze ‘puzzelt’ regelmatig in het onderkomen van Genealogische Vereniging De Stamboom in De Reling. Op woensdagmiddag (van 13.30 tot 17.00 uur) en donderdagavond (van 19.00 tot 21.00 uur) kan iedereen die meer te weten wil komen over zijn (verre) voorouders de archiefkamer betreden. ,,Elke eerste zaterdag van de maand is de kamer ook toegankelijk voor publiek. Van tien uur ‘s morgens tot vier uur ‘s middags”, aldus De Groot, die secretaris is van De Stamboom en dit voormalige huiskamerclubje mede heeft opgericht.

,,We hielpen elkaar en leerden elkaars families kennen”, gaat de Sliedrechtse terug in de tijd. Ze stipt 1989 aan. ,,In dat jaar gingen we in gesprek met het Sliedrechts Museum (op de Kerkbuurt, red.) omdat het wat professioneler werd. We werden een werkgroep van de oudheidkundige vereniging.” Tien jaar later werd De Stamboom opgericht met in het eerste jaar een uitpuilend ledenbestand. ,,180 mensen waren destijds lid. Nu telt de vereniging 130 leden, die uit heel Nederland komen.” In 2005 nam De Stamboom haar intrek in De Reling, een gloednieuw pand aan de Industrieweg waar ook het gemeentekantoor uit de grond werd gestampt. ‘Van een bezemkast tot een heuse archiefkamer’, kopte De Merwestreek destijds. De Groot laat het betreffende artikel zien. ,,In het museum zaten we in de kelder. De beperkte ruimte die we daar hadden, is niet vergelijkbaar met waar we nu over beschikken.” De vroegere domicilie van de genealogische vereniging had wel een historische waarde. ,,We zaten daar letterlijk in de bak. Zie je dat bordje daar? Waar ‘De Nor’ op staat. Dat hadden we opgehangen. Zo noemden we onze kamer. Het Sliedrechts museum was ooit het raadhuis, dat ook diende als politiebureau. Waar we onze archieven bewaarden, waren de cellen.”
DNA-codes
Ze houdt wel van dat soort verhalen. ,,Als je de geschiedenis uitgraaft, kom je leuke dingen tegen. Alhoewel, ongehuwde moeders, voorvaderen die gevangenisstraffen hebben uitgezeten … dat kan ook op je pad komen. Dat eerste was overigens voor de familienaam Marcelis, de meisjesnaam van mijn moeder, een geluk. Op een gegeven moment hield de stamlijn op omdat er alleen dochters waren. Eén van hen baarde echter een jongen zonder dat ze getrouwd was waardoor de stamlijn bleef voortbestaan. Vele generaties later kon dus onder andere mijn moeder nog deze naam dragen.” De Groot heeft ze ook uitgezocht. Haar stamvader woonde in Hoogblokland, de stamvader van haar man kwam ook uit de Alblasserwaard, maar uit Bleskensgraaf. ,,We dragen dezelfde achternaam. Mijn meisjesnaam is ook De Groot, maar het zijn dus verschillende takken.” Naast eigen genealogisch onderzoek ging ze nog een stapje verder door gebruik te maken van de technieken van deze tijd. ,,National Geographic uit de Verenigde Staten onderzoekt DNA-codes. Als je ze een e-mail stuurt, krijg je materiaal opgestuurd waarmee je DNA kan afnemen. Het wattenstaafje stuur je terug via een retourenvelop waarna je twee maanden later de uitslag krijgt.” In hun geval was die negatief. ,,We zitten wel in dezelfde DNA-groep maar er zijn te veel verschillen in de code om directe verwanten te kunnen zijn. In elk geval tot ver voor het jaar nul stammen we niet van elkaar af.”
Hugenoten
Het gemak dient weliswaar de mens, maar ze spit liever zelf. Zoals ze al deed toen ze achttien was. ,,Ik was gefascineerd door de verhalen van mijn oma. In de Tweede Wereldoorlog voorkwam de burgemeester van Goudriaan dat ze naar een concentratiekamp werd gestuurd. Vanwege haar donkere uiterlijk dachten de Duitsers dat ze een ondergedoken Jodin was. Haar meisjesnaam was Suwijn. Over haar eigen familiegeschiedenis wist ze weinig te vertellen. Behalve dan dat haar vader schoenmaker was geweest in een naburig dorp. Ik kwam erachter dat haar opa in Oostburg, een stad in Zeeuws-Vlaanderen, was opgegroeid en was gelegerd in Gorinchem. Vervolgens ben ik naar Middelburg gereisd om aldaar in het Rijksarchief van Zeeland meer informatie te vergaren over de familienaam Suwijn. De oorsprong bleek te liggen in Frankrijk. Ze stamde af van de Hugenoten, die aan het begin van de achttiende eeuw naar Nederland trokken.” Dat is ook de tijd van de Franse overheersing door Napoleon. Ze glimlacht. ,,Op school krijgen kinderen nog altijd geleerd dat Napoleon de achternamen heeft geïntroduceerd, maar dat is een sprookje. Hij heeft de burgerlijke stand ingevoerd waardoor iedereen verplicht was een achternaam te dragen. Met name in Holland en Zeeland waren er echter al veel achternamen.”
Geboorte- en huwelijksakten
Bij veel mensen houdt het spoor op in de zeventiende of achttiende eeuw. ,,Bij adellijke families reiken we nog wel eens tot de late Middeleeuwen. Grondbezit en de overdracht van bezittingen aan erfgenamen werden geregistreerd. De kerk hield tot 1811 een uitgebreid doop-, trouw- en doopregister bij. Daarna werd dit een taak van de staat. ,,Als je je eigen stamboom gaat onderzoeken zou ik adviseren heel simpel te beginnen. Gewoon bij je ouders. Wat hebben zij allemaal bewaard? Van zichzelf en van hun ouders. Geboorte – en huwelijksakten leveren meestal al veel informatie op. Wie verder terug wil, kan gebruik maken van onze archieven en onze kennis. We hebben veel genealogische ervaring opgedaan en zijn onderlegd in oud schrift. Dat kan van pas komen als je bijvoorbeeld gaat speuren in de DTB-registers van kerken, wat ik net al noemde.”
Kwart eeuw
De Stamboom is 25 jaar actief en is inmiddels ook reeds een decennium gehuisvest in De Reling. ,,Om hier cachet aan te geven mogen we in het najaar een tentoonstelling verzorgen in het museum. Ook nemen we dit jaar drie keer deel aan plaatselijke evenementen. Zaterdag 2 mei staan we met een kraam bij het Riddertoernooi (tussen UNIT4 en het zwembad, red.) zaterdag 4 juli zetten we tijdens het Baggerfestival een kraam op bij het Baggermuseum en zaterdag 12 september doen we weer mee aan de Late Summer Fair. Alle keren in samenwerking met de Historische Vereniging.”
Bron: Erik de Bruin


Deel dit bericht met je vrienden!