Alles over Sliedrecht...
Afbeelding bij nieuwsitem ''
27mrt 2015

SLIEDRECHT - Sociaal bewogen journaliste wandelt met een leeg bord van Den Bosch naar Den Haag en zoekt onderweg naar solidariteit

Van armoede hét gesprek van de dag maken. Met dat doel is freelancejournaliste Lesha Bosman, die onder andere voor de Bossche Omroep schrijft, exact een week geleden begonnen aan een wandeltocht van haar woonplaats ‘s-Hertogenbosch naar Den Haag. Vandaag is de laatste etappe van Delft naar het Binnenhof. Aan het eind van de tocht, die ze de naam Lopend Buffet heeft gegeven, wil ze een leeg bord (‘als symbool van armoede’) overhandigen aan staatssecretaris Jette Klijnsma. Toen ze maandag door Sliedrecht wandelde, deelde ze ook ‘bordjes’ uit. Ze liet haar (voet)sporen na in het baggerdorp. Niet alleen buiten, maar ook bij de mensen die een gastvrij welkom gaven en in gesprek gingen. 
Door Erik de Bruin
Lesha zegt geen woord te veel als ze vertelt dat ze tijdens deze beproeving (‘ík heb geen cent op zak’) alle informatie en alle gesprekken absorbeert. Gezien het vak dat ze uitoefent is ze daarin getraind. Aan het eind van een lange dag (‘met veel spierpijn’) valt het echter niet mee alles nog scherp op het netvlies te krijgen. Haar nieuwsgierigheid en missie komen echter elke keer bovendrijven, zo blijkt tijdens de bezoeken aan de Voedselbank en, later op de avond, aan drie vrouwen die gestalte geven aan het plaatselijke Bureau Sociaal Raadslieden en zich inzetten voor het welzijnsproject Hulp bij Thuisadministratie. Het eindstation is de woning van wethouder Hanny Visser-Schlieker waar ze om tien uur arriveert. Hoewel ze haar rust goed kon gebruiken, blijkt de volgende morgen bij een telefoontje naar de wethouder dat ze tot één uur ‘s nachts hebben gefilosofeerd over dit maatschappelijke onderwerp, dat haar niet alleen beroepsmatig aanspreekt, maar dat haar ook aan het hart gaat. ,,Het is een vrouw met een missie”, zegt Visser-Schlieker bewonderend. ,,Ze wil laten zien dat niet alles geweldig is. Ik vind dat hartstikke goed want armoede is een serieus probleem in Nederland. Als ze vertelt dat veel mensen het lastig vinden zich voor de camera uit te spreken over het armoedeprobleem is dat triest om te horen. Er berust een stigma op. Je merkt dat in de samenleving verharding ontstaat. Dat mensen worden weggezet als profiteurs terwijl ze er meestal niet zelf voor kiezen.”
‘Maatwerk’
Na het ontbijt vervolgt Lesha haar tocht richting Alblasserdam en loopt ze de kant op waar ze de avond ervoor vandaan was gekomen. Haar eerste halte in Sliedrecht was het huis van burgemeester Bram van Hemmen, die in Baanhoek-West woont. Met behulp van de predikant die voorgaat in de kerk waar de burgemeester de zondagse dienst bijwoont is ze net op tijd om aan te schuiven voor het avondeten. ,,Ik was aan de andere kant van Sliedrecht. Tot mijn geluk belde ik aan bij de domineesvrouw. Haar man kwam net thuis en wilde me wel even naar de burgemeester rijden.” Van Hemmen zei het heel inspirerend te vinden. ,,Het was een filosofisch gesprek. Over de samenleving, over mensen en dat het belangrijk is balans te vinden. We waren het er vooral over eens dat je iemand nooit mag afschrijven en dat het jammer is dat er bij armoede vaak wordt gedacht aan zieke, luie mensen. Mensen worden in hokjes gestopt, krijgen een stempel.” Zijn filosofie is dat je niet iedereen hetzelfde moet behandelen. ,,Ik ga in tegen het ingebakken rechtmatigheidsdenken. Er zou meer gestreefd moeten worden naar maatwerk. Heel simpel: als de route doodloopt, moet je het anders doen. Het uiteindelijke resultaat is belangrijk, niet de weg erheen.”
‘Overwegingen’
Filosofie: dat woord is al verschillende keren voorbijgekomen. De ‘aanstichtster’ is Lesha zelf. Ze omschrijft haar wandeltocht als een filosofische reis. ,,Ik actualiseer dagelijks de Facebookpagina van Lopend Buffet. Wat ik vermeld, is niet echt een verslag, maar het zijn meer overwegingen. Ik vel geen oordeel, maar kijk gewoon en stel veel vragen.” Bij de Sliedrechtse Voedselbank komt ze op een spontane manier met de deur in huis gevallen. Bestuurslid Frits van de Kooij en Gerda de Jong, ‘de directrice van de werkvloer’ zoals ze door Frits wordt genoemd, heten haar welkom in de loods aan de Elzenhof waar wekelijks honderd voedselpakketten worden samengesteld en uitgedeeld aan gezinnen uit Sliedrecht en omgeving. ,,Hier zit zestig procent in van wat een gezin in een week nodig heeft. Een pakket weegt tussen de veertien en achttien kilo”, vertelt Gerda. Frits houdt de landelijke cijfers tegen het licht. ,,Wij zijn één van de 154 voedselbanken in Nederland. Wekelijks zijn circa 8.000 vrijwilligers in de weer om het mogelijk te maken dat ongeveer 35.000 pakketten kunnen worden meegegeven. Aan ruim 80.000 mensen die hiervan afhankelijk zijn omdat ze na betaling van de vaste lasten te weinig overhouden om in deze primaire levensbehoefte te voorzien.” ,,De voedselbanken helpen dus veel mensen, maar lang niet iedereen want 1,2 miljoen Nederlanders leven op de armoedegrens. Dit betekent dus dat er nog veel schaamte is”, concludeert Bosman. ,,Wat mede het gevolg is van stigmatisering en vooroordelen.” Een treffend voorbeeld kwam ze tegen aan het begin van de reis. ,,Ik mocht boven een café overnachten. In het café heb ik goede gesprekken gevoerd. Er was veel begrip en respect voor mensen die onder armoedige omstandigheden leven. Toen het op een gegeven moment over personen uit het dorp ging, sloeg dat om. Zij hadden het vooral aan zichzelf te danken, daar hoefde ik geen medelijden mee te hebben. Terwijl niemand met hen had gesproken en wist hoe de vork in de steel zat.”
Solidariteit
In haar zoektocht naar solidariteit is ze op het juiste adres. Gerda vertelt haar over de hulp van onder andere kerken en scholen, die inzamelingsacties houden, en over het overgebleven, nog bruikbare voedsel dat ze van de supermarkt in de buurt krijgen en van de veilinghal in Barendrecht. Aan het succes van de kledingbank draagt het hele dorp bij. ,,Er worden wekelijks zoveel tweedehands kleren in de kledingcontainer voor ons gebouw gegooid dat we die nooit allemaal tegelijk kunnen ophangen.” Solidariteit vindt ze ook als ze bij drie sociale raadsvrouwen op bezoek gaat, te weten: Anja van den Berg, Jeannette de Heus en Marja Koning. Niet op de plek in De Reling waar ze elke dinsdag en donderdag spreekuur houden, maar in de huiskamer van Anja vertellen ze over de hulp die ze op vrijwillige basis verlenen aan dorpsbewoners. Anja: ,,Bijvoorbeeld bij het schrijven van een brief omdat er op de bijstand is gekort of bij het opstellen van een andersoortig bezwaarschrift. Wat onze drive is? Mijn motivatie is dat ik niet achter de geraniums wilden gaan zitten nadat ik drie jaar geleden boventallig was verklaard bij de zorgverzekeraar waarvoor ik werkte.” Dit vrijwilligerswerk is haar op het lijf geschreven. Datzelfde geldt voor Marja, die voor een bank werkte en hypotheekverkoper is geweest. ,,Toen ik dat beroep uitoefende zeiden mijn collega’s altijd al dat ik een sociaal werkster ben.” Jeannette heeft geen financiële achtergrond. Ze heeft wel gemeen dat ze cijfers leuk vindt. ,,Bij Hulp bij Thuisadministratie helpen we mensen met budgetteren. Hoe je inkomsten en uitgaven overzichtelijk maakt zodat je kan zien en bijhouden of dit in balans is.” ,,Als dat niet het geval is, kijken we onder andere hoe het uitgavenpatroon kan worden aangepast”, vult Marja aan. ,,Vaak gaat het om kleine bedragen die je maandelijks kan besparen, maar als je alles bij elkaar optelt is het een aanzienlijke bezuiniging.” Jeannette: ,,We kijken bijvoorbeeld ook of alle toeslagen zijn aangevraagd waar die persoon recht op heeft. Je kan eveneens aan de batenkant iets veranderen zodat het evenwicht herstelt.” Tachtig procent van de mensen die ze helpen, kampt met schulden. Anja: ,,Dat aantal is opgelopen. Veel mensen steken de kop in het zand voordat ze  om hulp vragen.”
Documentaire
Lesha, die niet bekend was met het werk van sociale raadslieden, hoort het aandachtig aan. Ze heeft veel nieuwe informatie opgeslagen. In haar hoofd, maar ook op beeld. Ze legt uit dat ze van plan is om een documentaire te maken. ,,In elk geval voor scholen en het zou mooi zijn als een regionale en/of landelijke omroep ook belangstelling toont.” Eerst maar eens deze missie voltooien. De eerste helft van haar wandeltocht zit erop. Alblasserdam, Rotterdam en Delft zijn de volgende plaatsen waar ze op zoek gaat naar solidariteit. Beter gezegd: een plek om te eten en te slapen. ,,In Rotterdam heb ik gevraagd of ik bij de daklozenopvang mag slapen. Of dat mag, hoor ik nog. Als ik honger heb, klop ik bij mensen op de deur. Aan die vragende rol moest ik in het begin heel erg wennen. Vooral het feit dat je constant dankbaar moet zijn vond ik verschrikkelijk moeilijk, maar het went wel heel snel, moet ik zeggen.”


Deel dit bericht met je vrienden!