Alles over Sliedrecht...
Afbeelding bij nieuwsitem ''Binnen een halfuur kreeg ik alle ge'
14apr 2015

'Binnen een halfuur kreeg ik alle ge

SLIEDRECHT – Elk jaar als Jan van Es een kaarsje meer op zijn verjaardagstaart uitblies, kon hij ook een extra streepje zetten achter zijn dienstjaren als vrijwillig brandweerman. Afgelopen zaterdag, op zijn 58e verjaardag, zwaaide hij af. Tijdens de wekelijks oefening op dinsdag 7 april ontving de Sliedrechter, die van brandwacht tweede klasse promoveerde tot bevelvoerder en verantwoordelijk was voor de opvang en catering in de kazerne, zijn laatste oproep. Bij de opening van de brandweerexpositie in het museum, vier dagen later, was hij ook van de partij.
Door Erik de Bruin
Van Es heeft een belangrijk aandeel gehad in de totstandkoming van de tentoonstelling. Veel foto’s en krantenknipsels heeft het korps aan hem te danken. ,,Ik vroeg ze op bij de media, maar ik schoot zelf ook veel plaatjes. We hadden een fototoestel in de wagen liggen.” Hij blikt terug op de jaren negentig toen vanwege de dijkverzwaring de huizen aan de binnenkant van de Rivierdijk moesten worden gesloopt en de jeugd een handje hielp door ze in de fik te steken. ,,We moesten regelmatig uitrukken. Ook in de Frans Halsstraat gebeurde dat met de slooppanden die daar stonden. Daar kan je natuurlijk ook op wachten. De jeugd van toen was echt niet anders dan nu, hoor ha ha … . Ik heb eens een jongetje van 6, 7 jaar met een jerrycan in zijn handen zien staan bij zo’n leegstaande woning.” Van Es spreekt van mooie branden. ,,Vaktaal. Branden kunnen heel mooi zijn, maar natuurlijk alleen, zoals in deze gevallen, als er geen schade is. In 1981 ging de vroegere Erasmus Mavo in de Wilhelminastraat in vlammen op. Dat was op Tweede Paasdag. We woonden destijds in de Jac. P. Thijssesingel in Sliedrecht-Oost. Toen ik werd opgeroepen, hoorden de kinderen in de wijk ook van de brand. Toen ik even later met mijn collega’s stond te blussen, zag ik de hele buurt staan kijken.”
Boerderijbranden
Het schoolgebouw stond leeg. De boerderijbranden in Ottoland, in de strenge winter van 1985, toen ook een Elfstedentocht werd gehouden, hadden een veel grotere impact. Het vuur sloeg over waardoor in één nacht tien boerderijen verloren gingen. 32 mensen hadden geen dak meer boven hun hoofd. ‘Ottoland in zak en as’ , kopte het Algemeen Dagblad. ,,Een dag later zou de Molentocht worden gehouden, maar die werd logischerwijs afgeblazen”, weet Van Es zich te herinneren. Zoals meerdere korpsen in de regio was ook de Sliedrechtse brandweer opgeroepen. ,,Om bijstand te verlenen. We hebben uren staan blussen, maar er was door de rieten daken en de droge, koude lucht geen beginnen aan.” Voor zijn vader Andries was het zijn laatste klus als commandant. Als in huize Van Es de ‘schel’ ging was zoon Jan (zijn broer en zus waren niet besmet met het brandweervirus) er als de kippen bij om bij de kazerne te kijken waar de brand was en wat er aan de hand was. Op 12-jarige leeftijd meldde hij zich aan bij de jeugdbrandweer, zes jaar later solliciteerde hij bij Jo van Andel, de voorganger van zijn vader, om zich vervolgens bij het grote korps aan te sluiten. Van Es zegt terug te kijken op een zeer plezierige tijd. ,,Ik heb in al die jaren ontzettend veel geleerd en veel vrienden gemaakt. Natuurlijk waren er ook moeilijke momenten. Sommige gebeurtenissen hakten erin en verdwijnen nooit uit je geheugen. Bevrijdingsdag 1990 bijvoorbeeld staat bij iedereen die er bij is geweest op het netvlies gebrand. Na afloop van het vuurwerk bij de haven werden we gealarmeerd over de vermissing van een 9-jarig meisje. Ze was tijdens het vuurwerk, toen iedereen naar boven keek, in de haven gevallen. Aan de kade stonden duizenden mensen, maar niemand had haar in het water zien vallen. Verschrikkelijk. Een gebeurtenis die je niet kunt bevatten. Nog steeds niet. We hebben er bewust voor gekozen geen krantenknipsel op te hangen.”
Opvang in kazerne
Van Es klom op tot bevelvoerder. Hij droeg ook de verantwoordelijkheid voor de catering en de opvang in de kazerne. Bijvoorbeeld als er sprake was een evacuatie. Vanwege rookontwikkeling op de Kerkbuurt-Oost moest het aangrenzende seniorencomplex aan de Zoutstoep worden ontruimd. De bewoners werden opgevangen aan de Middeldiepstraat. ,,Binnen een halfuur kreeg ik ze allemaal aan de borrel”, lacht Van Es. ,,Van de ambu (ambulance, red.)  kreeg ik op mijn kop, maar ik deed dat alleen om ze op hun gemak te stellen. Later heb ik een bedankbrief gekregen voor de goede zorgen. Daar haalde ik voldoening uit, ik had een goede inschatting gemaakt.”
‘Krijsend varken’
Een krijsend varken, die op de kinderboerderij in een put was gevallen, kan hij zich ook nog goed voor de geest halen. ,,Vooral het gekrijs. Alsof er iemand werd vermoord. Het gebeurde rond middernacht. Je kunt je wel voorstellen dat buurtbewoners toch wel enigszins in paniek waren en wilden weten wat er was gebeurd. Met behulp van een takelwagen hebben we het dier uit zijn benarde positie bevrijd.”
‘Spoorlijnbrandjes’
Uitrukken zijn er natuurlijk nog veel meer geweest. ,,Wel duizenden. In de zomer van 1976 een keer negentien in één week. Allemaal bermbrandjes bij het spoor omdat treinreizigers sigarettenpeuken uit het raam gooiden. Kleine branden die zo waren geblust, maar je moest er wel heen. Voor mij was dat geen probleem want ik werkte destijds als tekenaar voor een ingenieursbureau aan de Merwestraat, dichtbij de kazerne. Dat werk heb ik altijd gedaan. Voor verschillende bazen, maar wel altijd in Sliedrecht. Nu ik in Groot-Ammers werkzaam ben, is het allemaal wat lastiger. Bovendien is het na veertig jaar mooi geweest. Een mooi rond getal en ook een mooie tijd. Ik heb grandioos samengewerkt met alle brandweerlieden.”
tekst: Erik de Bruin


Deel dit bericht met je vrienden!