Alles over Sliedrecht...
Afbeelding bij nieuwsitem 'USAR-reddingswerker Robert-Jan Noteboom keert terug uit Nepalees rampgebied'
12mei 2015

USAR-reddingswerker Robert-Jan Noteboom keert terug uit Nepalees rampgebied

SLIEDRECHT –  Urban Search And Rescue. Robert-Jan Noteboom, die in Dordrecht werkzaam is voor de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, maakte deel uit van het Nederlandse USAR-team dat ruim een week in het door een zware aardbeving getroffen Nepal was om reddingswerk te verrichten. ,,Natuurlijk is het goed om geld over te maken en op die manier een steentje bij te dragen, maar nu heb ik echt mijn werk kunnen doen. Dat geeft een goed gevoel.”
Door Erik de Bruin
,,Ik maak tijdens mijn werk zat mee (hij was onder meer duiker, red.), maar niet van deze omvang”, steekt de 36-jarige Sliedrechter van wal. Noteboom blikt terug op deze tiendaagse hulpverleningsmissie met op de achtergrond ravottende kinderen en een wakende hond. ,,Het huisfront is goed op de hoogte gehouden. Ze kregen twee keer per dag een update in de vorm van een nieuwsbrief en de Veiligheidsregio heeft ook een thuisblijversbijeenkomst gehouden. Als je weet dat dit goed is geregeld, ga je met een geruster gevoel weg.”
Eerste uitzending
De Sliedrechter maakt al acht jaar deel uit van het USAR-team, maar had nog niet eerder meegedaan aan een buitenlandse missie. ,,De laatste keer was in 2010 toen Port-au-Prince, de hoofdstad van Haïti, in puin lag door een zware aardbeving. De bezetting is tweehonderd procent. Ik was vijf jaar geleden reserve.” Dat hij thuis bleef, betekende wel dat Noteboom bij een volgende uitzending zeker mee zou gaan. Dat was twee weken geleden. Op zaterdag 25 april werd de wereld opgeschrikt door het nieuws dat duizenden Nepalezen het slachtoffer waren geworden van een natuurramp. Beelden uit de hoofdstad Kathmandu van woningen van drie, vier hoog die als kaartenhuizen ineen waren gestort, gingen de aardbol over. Nadat de Nepalese regering de Verenigde Naties om hulp gevraagd, kon het Nederlandse USAR-team zich opmaken voor een reis naar het Aziatische land. 62 reddingswerkers stapten zondagavond in een militair vliegtuig van de Koninklijke Luchtmacht. Met aan boord ook veertig ton materiaal en vijf ton hulpgoederen.
‘Geringe overlevingskans’
,,We zijn één van de weinige zogeheten heavy teams”, legt Noteboom uit. ,,Dat betekent dat we over zwaar gereedschap beschikken en dat we onder zeer zware omstandigheden reddingswerk kunnen verrichten. Dat doen we onder de vlag van de VN.” Maandagmorgen kwam het team aan. ,,Op het vliegveld van Kathmandu, waar het een complete chaos was. Normaliter zijn er vijf vluchten per dag, nu tien per uur. Er was een hoop paniek. Veel mensen wilden het land verlaten uit angst voor naschokken.” Het reddingswerk verliep niet gestructureerd. ,,Behalve uit de buurlanden China en India waren er nog geen reddingswerkers. Wij waren het eerste geclassificeerde team. De VN vroeg ons sturing te geven. Het basiskamp dat in Kathmandu was opgeslagen diende als coördinatiecentrum. De stad en de omgeving – het epicentrum van de aardbeving was buiten Kathmandu – werden verdeeld in taartpunten. Elk team begon vanuit de stad en ging steeds verder de binnenlanden in. Het puntje was op honderd kilometer van Kathmandu.” In het bergachtige gebied troffen ze dorpen aan waar Moeder Natuur gruwelijk had huisgehouden. Er stond geen huis meer overeind. Onder de bakstenen vonden ze geen overlevenden. ,,Door de bouwconstructie en het materiaal is de overlevingskans zeer gering”, vertelt Noteboom. ,,Ik hoorde het verhaal over een jongetje dat zich onder het puin bevond en in leven wist te blijven dankzij twee pakjes boter en een doekje waar hij water uit kon slurpen. Hij had geluk dat hij in een holle ruimte lag. De meeste huizen waren in elkaar geploft. Alle ruim negentig reddingsteams hebben in totaal maar ongeveer vijftien mensen levend onder het puin vandaan gehaald.”
Mentale veerkracht
Het team waar hij deel van uitmaakte zocht in Kathmandu vergeefs naar een 14-jarig meisje. ,,Haar vader wees ons de plek waar ze haar stem hadden gehoord, maar we hebben haar niet gevonden.” In Bhaktapur, het oude gedeelte van de stad waar veel tempels stonden, sloegen de honden aan. ,,Dat doen ze alleen als er nog een overlevende is of overlevenden zijn. Na drie, vier uur graven lieten we ze weer ruiken en blaften ze niet meer.” Dat hebben ze daarna ook niet meer gedaan. ,,In elk dorp waar we arriveerden hing een lucht van dode lichamen. We wisten dan al dat we niet lang konden blijven en door zouden rijden. In de hoop dat we in het volgende dorp wel mensenlevens zouden redden, hoewel we wisten dat die kans heel klein was. De dorpsbewoners hadden daar begrip voor. Later in de week hebben we ze geholpen met het bergen van de lijken. Dat is in hun cultuur heel belangrijk. De dode lichamen werden bij de rivier gelegd en verbrand.” Wat hem opviel, was de mentale veerkracht. ,,De mensen waren gelaten, maar ook positief ingesteld. Ze zaten niet bij de pakken neer en pakten het gewone leven weer op. Van golfplaten en zeilen werden slaapplekken gemaakt. Ze zijn het gewend buiten te leven. Geld is veel minder belangrijk dan hier. Wie in een dorp woont, heeft vaak een eigen akkertje en vee, dat is genoeg. Ze zijn enorm zelfstandig en zelfredzaam.”
,,Je kon merken dat er veel waardering was”, besluit Noteboom. ,,Overal werden we vriendelijk begroet en bedankt. Wat we meerdere keren per jaar oefenen, bleek in de praktijk te werken. We werkten goed samen en hebben alles gedaan wat binnen onze mogelijkheden lag.”
Onderstaande foto’s geven een indruk van wat de beroepsbrandweerman, die in zijn vrije tijd nog vrijwillig brandweerman is in Sliedrecht (waar hij begon), in Nepal heeft gedaan en gezien. Op het onderste plaatje poseert hij met zijn trouwe viervoeter in de achtertuin. De 62 Nederlandse USAR-leden kwamen woensdag thuis.
Tekst: Erik de Bruin


Deel dit bericht met je vrienden!