Alles over Sliedrecht...
Afbeelding bij nieuwsitem ''Burgemeester Bram van Hemmen op de Dodenherdenking: 'Kinderen kunnen me de gekste vragen stellen'' Archieffoto Burgemeester
10mei

'Burgemeester Bram van Hemmen op de Dodenherdenking: 'Kinderen kunnen me de gekste vragen stellen'

SLIEDRECHT - De Speech van Burgemeester van Hemmen op de dodenherdenking van 2017:

"Kinderen kunnen me de gekste vragen stellen. Welke voetbalclub vindt u leuk? Wat is uw lievelingskleur? Wat vindt u het lekkerste eten?

Heel soms stellen ze een moeilijke en tegelijk een hele belangrijke vraag.

Een van die vragen wil ik vanavond met u delen en daar een eerlijk antwoord op geven.

Burgemeester, bent u wel eens bang?

Het antwoord is ja, ook de burgemeester is wel eens bang.

Bang zijn. Angst kennen. Wakker liggen.  Dat willen we als mensen helemaal niet. En wie zijn wij om bang te zijn? We leven in vrede, we leven in vrijheid.

In de Tweede Wereldoorlog, daar was men pas echt bang.

Twee weken geleden was het Jom Hasjoa in onze dijksynagoge. Een herdenking waarbij de namen van Joodse slachtoffers uit Sliedrecht en Hardinxveld worden voorgelezen. Elk jaar weer.

Dit jaar vertelde Jansje Stodel haar verhaal. Zij woonde na de oorlog met haar Joodse ouders en de rest van het gezin in Sliedrecht. Haar vader leidde gedurende 15 jaar de winkel op de Rivierdijk van Simon den Hartog, die tijdens de oorlog is vermoord.

Als 1 jarig kind werd Jansje gescheiden van haar ouders. Na de oorlog werd ze gelukkig weer met hen herenigd, als 5 jarige. Het verhaal dat ze vertelde stond bol van angst. De angst van haar ouders, dat ze opgepakt zouden worden en de angst dat ze hun kind nooit meer zouden zien.

Maar ook de angst van Jansje zelf. Een angst die de rest van haar leven beheerste. Ze was namelijk tweemaal gescheiden van haar ouders. Eerst op 1 jarige leeftijd en later op 5 jarige leeftijd. Haar pleegmoeder had vier jaar voor haar gezorgd. Haar echte moeder was een vreemde voor haar. Wat dit met je doet met je als mens, bleek uit haar verhaal.

Wie zijn wij dan om bang te zijn?

Vorige week was de opening van de expositie van Stichting Linie-Crossers Sliedrecht, in het Sliedrechts Museum.

De Liniecrossers vervoerden in het laatste half jaar van de oorlog over twee verschillende routes, mensen, goederen, informatie en medicijnen. In totaal werden ongeveer 374 crossings gemaakt. Het waren vooral militaire koerierswegen, maar ook joden en gestrande piloten konden zo een weg naar bevrijd Nederland vinden. Sliedrecht was een spil in dat koeriersnetwerk.

De 29 Biesbosch crossers waren echte helden, dat blijkt wel uit de onderscheidingen: 22 in totaal. Vier maal de Militaire Willems orde, elfmaal de Bronzen Leeuw en zevenmaal het Bronzen Kruis.

Er wordt wel eens gezegd dat echte helden, zoals de Liniecrossers, geen angst kenden. Dat is moeilijk voor te stellen. Ook onze Liniecrossers moeten angst gekend hebben.

In het Sliedrechts museum ligt een kano, die gebruikt is bij de crossings. Stelt u zich eens voor dat u in zo’n kano, altijd onverwacht en elke crossing weer, Duitse patrouilleboten en schuttersnesten met mitrailleurs kan tegenkomen. De crossers moeten ook angst gekend hebben, ze waren alleen moedig genoeg om dat te overwinnen.

Wie zijn wij om bang te zijn?

In onze tijd, waar terreuraanslagen eerder regel dan uitzondering lijken te worden. Waarin de koude oorlog weer lijkt op te warmen. Waarin zelfs een Amerikaanse president, feit en fictie steeds makkelijker lijkt te verwisselen. Een tijd, waarin we steeds meer tegenover elkaar lijken te staan. Een broeierige en verwarrende tijd.

Wie zou dan niet bang zijn?

Vrede en vrijheid, ze lijken voor ons zo vanzelfsprekend. Oorlog is altijd ver weg op TV en vooral een probleem van een ander.

Immers wij hebben vrede en vrijheid, dankzij hen die vielen.

Maar vrijheid en vrede zijn niet vanzelfsprekend. Zij die vielen en hen die overleefden hebben belangrijk werk verricht ten dienste van onze vrijheid. Maar het werk is niet klaar. Het is nooit klaar. Het vraagt ook werk van ons, van ons allemaal.

Ik ben de laatste tijd steeds vaker bang.

Bang voor die vanzelfsprekendheid. Want dingen die vanzelfsprekend zijn, daar hoeven we niets meer voor te doen.

En juist dan, als we dingen als vanzelfsprekend vinden en we er niets meer voor doen, dan lopen we de grootste risico’s.

Op dat soort momenten is de vraag belangrijk: wat doen we om te voorkomen dat vrede en vrijheid vanzelfsprekend zijn? En doen we voldoende?

Deze vraag is moeilijk te beantwoorden, maar hij houdt me steeds vaker bezig.

We staan hier om te herdenken en te herinneren.

We herdenken de Nederlandse oorlogsslachtoffers. Allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en daarna in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

We staan hier ook om ons te herinneren dat vrijheid en vrede niet vanzelfsprekend is.

Stel uzelf vanavond, en morgen als we onze vrijheid vieren, de vraag:
Wat doet ik er zelf aan om onze vrede en vrijheid, die zo vanzelfsprekend lijkt, niet meer vanzelfsprekend te laten zijn?"



Deel dit bericht met je vrienden!