woensdag 1 december 2021

Alles over Sliedrecht

Leo Jansen (rechts) speelde in verleden een erepartij tegen grootmeester Jan Timman

In memoriam: oud-rector en topschaker Leo Jansen (93) overleden

11 november 2021 (door de redactie)

DRECHTSTEDEN - Ir. Leo B. Jansen - onderwijsman en schaker - is afgelopen weekeinde op 93-jarige leeftijd overleden. Hij is vrijdag in besloten kring in Papendrecht begraven.

Jansen was in Papendrecht vooral bekend als rector van de christelijke scholengemeenschap de Lage Waard.  Jansen  maakte de grote groeitijd mee - nadat de school was losgemaakt als dependance van het Chr. Lyceum in Dordrecht en de teller liep op tot meer dan 1300 leerlingen in 1985. Leo Jansen ging in 1987 met (vervroegd) pensioen. Leen H. Kroos was zijn opvolger als rector en sprak herinneringen uit tijdens de afscheidsplechtigheid.

Scholengemeenschap de Lage Waard  herdenkt ook met warme woorden het overlijden van Leo Jansen op papier:

Jansen hoorde bij het tijdperk van de scholengemeenschap, toen het zelfstandig werd en los kwam te staan van het Chr. Lyceum in Dordrecht. Dat was in 1972.

Alle medewerkers die met Leo hebben samen gewerkt, hebben het volgende bericht vandaag gekregen:

"Leo Jansen werd in augustus 1972 benoemd als docent wis- en natuurkunde aan de toen net zelfstandig geworden CSG De Lage Waard. Een jaar later werd hij conrector, in 1979 rector, tot zijn pensionering in 1987. Voor de organisatie van de school in de fase waarin deze snelle groei doormaakte heeft hij een onschatbare waarde gehad. Wie hem hebben gekend herinneren zich zijn gedrevenheid, bijzondere humor en zijn voortdurende inspanning voor schaken in de school".

Erelid
In Dordrecht en Sliedrecht was hij over een lange periode met de schaakclubs verbonden, die hem al eerden als erelid. Daarnaast legde Jansen de basis voor de openingsboeken De Leeuw waarvoor vanaf 1997 wereldwijd belangstelling bleek te bestaan.

Leo was in de regio Drechtsteden zowel schakend als bestuurlijk actief, zeker nadat hij in 1965 terug kwam in Dordrecht na een periode les gegeven te hebben in Vlaardingen.  Daar werd hij direct stadskampioen in 1958, waarbij voor het eerst na pakweg vijftien keer kapper Willem Korpershoek geen kampioen werd. Toen Jansen voor de  sterke Rotterdamse club Rotterdam ging spelen, kon Korpershoek weer kampioen worden.

Jansen dacht altijd met warme woorden dat hij rond 1960  in de hoogste landelijke klasse speelde voor het latere profteam van Rotterdam.

Hij miste eens op een haar na het open schaakkampioenschap van Nederland, maar hij kon er vrede mee hebben want tijdens het toernooi werd zijn (tweede) dochter Irene geboren.

Jeugd
Leo Jansen hechtte in de jaren vijftig van de vorige eeuw al aan de ontwikkeling van het schaken voor de jeugd, toen die aandacht nog landelijk in de kinderschoenen stond. Tussen 1968 en 1979 was hij voorzitter van schaakclub Dordrecht. Hij volgde H. Schreuder op en werd opgevolgd door schaakpromotor Jan Flach.

Achter het bord telde Jansen ook mee. Met Pank Hoogendoorn en ir. Henk J. van Donk behoorde hij tientallen jaren tot de sterkste schakers van de vereniging, die ook in Nederland enige bekendheid kregen.

Hij schreef echter vooral schaakgeschiedenis door de ontwikkeling van een eigen schaakopening, die hij vanaf 1967 speelde en het Jansen systeem werd genoemd. In 1974 kwam op zijn school in Papendrecht als leerling een opkomend schaaktalent, de latere voorzitter van Sliedrecht, Jerry van Rekom.

Jansen wist zijn schaakdenken over te brengen op zijn leerling Jerry, die hem weer de meester noemde.

In 1997 kwam er het eerste boek uit over de opening, dat De Leeuw héet Zwarte wapen werd genoemd met Leo en Jerry op de achterkaft als auteurs.

Jongsma
Telegraaf journalist en schaker Lex Jongsma, een oud-clubgenoot van Leo, kreeg het eerste exemplaar in Sliedrecht overhandigd. Op 22 februari 2022 is het een kwart eeuw geleden dat het eerste boek uitkwam. Daarbij bleef daar in de tussentijd niet bi.

Het boek vond gretig aftrek bij schaakliefhebbers in Nederland en daarbuiten. Daarom verschenen er nog  drie telkens uitgebreide en herziene drukken. Een succes werd ook een Engelse uitgave en De Leeuw als het witte wapen. 

Vanuit de schaakwereld werd eerst met enige dedain gekeken op de ontwikkeling van De Leeuw in boekvorm. Dat veranderde in de loop van de tijd, zeker toen de verkoopcijfers omhoog gingen. 

Johan van Mil
Internationaal schaakmeester Johan van Mil, die de eerste druk niet wilde verzorgen, besloot later met zijn uitgeverij ook in het project De Leeuw te stappen met de erkenning: "Ik heb het eerst verkeerd gezien." Meer dan tienduizend boeken de Leeuw vonden hun weg in binnen- en buitenland.

Van Rekom, die inmiddels het project voor honderd procent had overgenomen van zijn school- en schaakmeester schreef ook een ironisch bedoeld boekje 'Levenslang de Leeuw'. Leo versterkte die titel nog, door zijn schaakerfenis aan drie schaakvrienden formeel over te dragen: Jerrry van Rekom, Ton Slagboom en Hans Berrevoets.  

Wereldwijde schaaksport
De oud-rector zette als eerste zijn handtekening onder het overdrachtsdocumenten zie bij die gelegenheid: "Ik ben ontzettend blij met deze stap. Mijn doel is altijd geweest om het schaken als wereldwijde sport toekomstbestendig te maken door de ontwikkeling van een opening, die door mensen van alle niveaus en alle leeftijden te spelen is," zegt de bedenker van wat oorspronkelijk het Jansen-systeem werd genoemd.

De naam de LeeuwJansen-systeem werd door de belangrijkste schrijver Jerry van Rekom dan ook omgezet in De Leeuw, onder andere verwijzend naar de voornaam van Jansen. Hij kijkt met weemoed terug op wat Leo voor zijn schaakdenken heeft betekend. "Ik wist dat hij al jaren met zijn gezondheid tobde, maar het is toch een grote schrok als wanneer iemand overlijhdt, waarmee je zo nauw hebt samengewerkt. Ik bewonderde zijn schaakvisie, zijn enorme schaaktalent en herkende dat ook in zijn tijd als mijn rector op de Lage Waard in Papendrecht. Lesgeven uit een boekje was niets voor hem, alles uit zijn hoofd. Het is daarom belangrijk dat zijn schaakanalyses wel in een boek terecht zijn gekomen." 

Buddingh'
De Dordtse dichter C. Buddingh' - en teamgenoot van Leo - schreef eens een schaakgedicht over de latere grootmeester Jan Timman, die als jeugdspeler in de landelijke competitie tegen Leo speelde. Dat was in december 1966 enkele dagen voordat Timman vijftien jaar werd.

Tijdens de afscheidsplechtigheid werd het gedicht over de partij Timman - Jansen voorgedragen en de partij eindigde niet meer in remise, maar in eeuwig schaak.

Van Rekom: "Door het gedicht, maar ook door de persoonlijkheid van Leo, was Timman die eerste wedstrijd nooit vergeten. Daarom hebben we nog voor hem eens een erepartij tegen de grootmeester kunnen regelen, waarbij Jansen zijn systeem speelde. De grootmeester bleek de theorie te kennen en het paste bij de schaakverhoudingen dat Leo verloor."  De foto geeft een beeld van de ontmoeting Timman - Jansen met op de achtergrond de toenmalige voorzitter van het district en schaakpromotor Teun Koorevaar.

Lustrum
Jerry van Rekom weet nog niet of het vijfde lustrum van het uitkomen van het eerste boek de Leeuw het Zwarte Wapen (22 februari 2022) nog een evenement kan worden. "Als dat wel kan en mag, zullen we zeker Leo Jansen als mens en als schaker passend herdenken. Daarnaast zal De Leeuw eeuwig blijven brullen."

(Op de website van schaakclub Dordrecht en op de site van schaakclub Sliedrecht wordt ook stil gestaan bij het overlijden van Leo Jansen. Ook Tomsschaakboeken.nl besteedt er aandacht aan).

DE EERSTE PARTIJ VAN TIMMAN - JANSEN WERD GESPEELD IN DECEMBER 1966 IN DE TIENTALLEN WEDSTRIJD DELFT - DORDRECHT.

Dichter C.Buddingh - ook teamgenoot van Leo Jansen - gaf de partij een vaste plek in de schaakliteratuur:

 

BIJ EEN VROEGE PARTIJ VAN JAN TIMMAN
‘k Zag je voor ’t eerst, Jan, bij een wedstrijd tussen
Dordrecht en Delft. Jij speelde aan ’t tweede bord
tegen Leo Jansen. Je was nog maar veertien,
maar al na ’n uur had Leo zó’n rood hoofd.
Zelf zat ik aan bord acht. En telkens als ik
gezet had ging ik even kijken of hij
nog altijd leefde: twee pionnen achter,
maar ongelijke lopers en iets meer tijd.
Je zat erbij als ’n dromerig leerling-beultje,
haast verontschuldigend, alsof jij ’t ook
graag anders had gezien, maar ja: het moest.
Het was je vak, daarvoor was je gekomen.
Toen Leo er toch nog remise uit goochelde
keek je eerder beteuterd dan bedroefd.

(later werd het gedicht ook in een scheurkalender opgenomen op de datum 14 december: de verjaardag van Jan Timman)

Deel dit bericht met je vrienden!